Anderhalf jaar geleden presenteerde de raadsenquêtecommissie grondbeleid haar conclusies in het rapport "Grip op Grond" Sindsdien laat de gemeenteraad een veel kritischer geluid horen op onderwerpen die met grondbeleid te maken hebben. Maar dat de lessen van "Grip op Grond" ook op andere gemeentelijke activiteiten en projecten van toepassing zijn, lijkt nog niet bij iedereen doorgedrongen. Met name het college heeft grote moeite de conclusies breder te trekken, maar ook de raad lijkt op sommige dossiers nog steeds haar kop in het zand te steken. Hierdoor blijven we als gemeente onverantwoorde risico's lopen. GroenLinks pleit daarom al lang voor realistisch beleid waarbij wordt uitgegaan van reële toekomstscenario's.

 

De enquêtecommissie grondbeleid concludeerde in juni 2012 ondermeer dat het grondbedrijf er financieel veel slechter voor stond dan tot dusver werd aangenomen, dat de financiële sturing onvoldoende was, de organisatie teveel leunde op toekomstige winsten, prognoses veel te positief waren en kritische signalen werden genegeerd. Onlangs trok de Enschedese rekenkamer in haar onderzoek naar vastgoedbeleid vergelijkbare conclusies: Het vastgoedbedrijf leeft in een 'veronderstelde werkelijkheid', staat er financieel veel slechter voor dan tot nu toe aangenomen, is teveel afhankelijk van toekomstige ontwikkelingen en heeft te weinig zelfkritiek.
Het zorgelijke feit dat in het vastgoedbedrijf, anderhalf jaar na "Grip op Grond", vrijwel dezelfde problemen worden geconstateerd als destijds binnen het grondbedrijf, geeft aan dat de lessen van "Grip op Grond" blijkbaar onvoldoende doorwerken in het handelen van het college op andere beleidsterreinen. De conclusies die de rekenkamer eind vorig jaar trok uit haar onderzoek naar verbonden partijen maken deze zorgen alleen maar groter: Het college heeft ook onvoldoende zicht op de risico's die de gemeente via verbonden partijen loopt.

Zijn de toekomstverwachtingen die de gemeente op andere beleidsterreinen gebruikt dan wel realistisch? En zijn de risico's die we als gemeente lopen daar wel voldoende in beeld? De gemeenteraad moet kunnen vertrouwen op de cijfers die het college aan ons voorlegt, maar vanzelfsprekend is dat vertrouwen niet meer.
De actualisatie van de bedrijventerreinenvisie Netwerkstad Twente, die het college in december aan de raad voorlegde, spreekt wat dat betreft boekdelen. De actualisatie ging lijnrecht tegen de conclusies en aanbevelingen van "Grip op Grond" in. De regionale prognoses omtrent de vraag naar bedrijventerreinen werden niet, zoals je mocht verwachten, naar beneden bijgesteld maar waren juist fors verhoogd. Terecht had de gehele gemeenteraad, oppositie én coalitie, stevige kritiek op dat rapport.

Je zou verwachten dat, met alle signalen die we hebben gekregen, de raad nu ook extra waakzaam zou zijn in andere dossiers waar prognoses en toekomstverwachtingen een grote rol spelen. Dat college en coalitie zich iets zouden aantrekken van kritiek op de onjuiste, onvolledige en onrealistische kosten- en batenanalyse naar de NOEK. Dat de inbreng van onafhankelijke economen die aangeven dat een luchthaven in Twente economisch niet rendabel is serieus wordt genomen. Of dat de terugval in passagiers en financiële problemen waar regionale luchthavens overal om ons heen mee te kampen hebben, een gegronde reden zou zijn om nog eens kritisch naar de plannen voor Luchthaven Twente te kijken. Maar helaas gebeurt niets van dat alles.
Als het om prestigeprojecten als NOEK en Luchthaven gaat, blijft een raadsmeerderheid - ondanks alle waarschuwingen en lessen op andere beleidsterreinen - gewoon geloven in grootse toekomstverwachtingen en wensbeelden.

Realisme is in de Enschedese politiek nog steeds ver te zoeken.