Al enige tijd kampt de maatschappelijke opvang met een tekort aan bedden. Vorig jaar kwam ik daar achter, via een artikel in de krant als ik me goed herinner.  In theorie kan het jaren duren voordat zo’n evident en zelfs acuut probleem wordt aangepakt en dit voorbeeld is helaas geen uitzondering.

 De in 2012 gehouden raadsenquête die leidde tot het rapport 'Grip op Grond', wees de coalitie opeens met de neus op de feiten over de te hoge ambities van de gemeente Enschede en de geringe opmerkzaamheid op veranderingen en risico's. Het gevolg was een nieuwe 'stedelijke koers' waarin de ruimtelijke plannen grotendeels op uitzonderlijk kritische wijze zijn heroverwogen.
Opvallend was ook dat er bij de grote bezuiningsrondes van de afgelopen raadsperiode, voortdurend moest worden gekozen tussen bezuinigingsopties waarbij de raadsleden naar de bijbehorende effecten moesten gissen. Nogmaals werd duidelijk dat vaak niet bekend is welke bijdrage wordt geleverd door de verschillende posten op de begroting, aan de doelstellingen van het gemeentelijk beleid. Dat betekent dat niet bekend is of het geld dat wordt uitgegeven echt allemaal nodig is en hetzelfde geldt voor de ambtenaren die aan het werk worden gehouden. Andersom geldt hetzelfde, misschien moet er soms wel geld en mankracht bij.
Margriet Visser opent het ene meldpunt na het andere en ik weet zeker dat zij veel informatie binnenhaalt, die anders nooit bij de Gemeenteraad bekend zou worden.
Verkiezingsprogramma’s staan vol met concrete plannen voor beleid en dat is ook goed. De burger mag zeggen welke doelen de politiek uiteindelijk gaat stellen en welke keuzes ze moet maken. Maar veel blijft ook hetzelfde en wordt er wel geleerd? Ik denk veel te weinig en vooral te langzaam. Wat zijn de problemen waar de politiek het over zou moeten hebben? Op basis van de verantwoordingsstukken die aan de Gemeenteraad worden aangeboden is die vraag zelden van een antwoord te voorzien. In de komende jaren moet het liefst meer worden gedaan, met minder geld. Om dat te bereiken, moeten prestaties verbeteren en zal in hoog tempo geleerd moeten worden wat werkt en wat niet.
Bij bezuinigingen is de vraag niet welke taken de gemeente kan laten vallen. De vraag is, wat er nodig is om de problemen die spelen in de stad, op te lossen. Daarbij zou de politiek alternatieven moeten afwegen op basis van verwachte opbrengsten voor de stad. Krijgen werklozen ‘participatie’ of vooral opleidingen aangeboden? Heeft jeugd die het moeilijk heeft behoefte aan zorg of kan dat geld ook deels vroegtijdig in bijvoorbeeld sport, muziek en dans worden gestoken? Het zijn vragen die veel meer op basis van onderzoek en evaluatie beantwoord moeten worden en de gemeente Enschede moet nog heel veel leren op dit gebied.