Afgelopen maandag stond het bestemmingsplan voor het Vaneker op de agenda van de stedelijke commissie. Door het voorleggen van een bestemmingsplan voor het gehele Vaneker lapt het college afspraken met de raad, adviezen van de rekenkamer en haar eigen toezeggingen aan de laars. GroenLinks vindt dit onacceptabel. Nog verbazingwekkender was het om te constateren dat een meerderheid van de raad hier nauwelijks moeite mee leek te hebben. Deze fracties nemen hun kaderstellende rol, maar ook de lessen die we hebben geleerd van rekenkamer en raadsenquête, klaarblijkelijk niet serieus.

 

Medio 2011 was het Vaneker de directe aanleiding om de raadsenquête grondbeleid in te stellen. De gemeenteraad had het gevoel dat ze geen grip meer had op de ontwikkeling van deze nieuwe wijk, die door het aanbieden van grote kavels in een groene omgeving, welgestelden naar Enschede zou moeten lokken. Enkele weken daarvoor presenteerde de rekenkamer haar onderzoek naar de wijze waarop besluitvorming over het Vaneker in de voorgaande jaren heeft plaatsgevonden.

De rekenkamer adviseerde onder meer "elke nieuwe stap slechts te zetten als de voorgaande stap is afgerond, er lessen uit zijn getrokken en de vervolgstap wordt gemarkeerd met duidelijke doelstellingen en randvoorwaarden." In haar conclusie schreef de rekenkamer: "Om optimaal lering te kunnen trekken uit de eerste fase van de planontwikkeling adviseert de rekenkamer om fase 1 af te sluiten met een reflectie en een schriftelijke verantwoording aan de raad in het licht van de beoogde doelen en ambities. Op basis van deze verantwoording wordt het voorstel geformuleerd voor de volgende fase in het traject." Het college schreef daarna in een brief aan de raad: "De aanbeveling om tegen het eind van de eerste fase reflectie in te bouwen en op basis daarvan met een plan voor het vervolg te komen inclusief faseringsvoorstel, stappenplan en mogelijke ontwikkelscenario’s achten ook wij noodzakelijk en nemen wij over."

Van de eerste fase van het Vaneker is op dit moment welgeteld één kavel verkocht. Het lijkt dat we met deze fase dus nog jaren vooruit kunnen. Een evaluatie van deze eerste fase heeft nog niet plaatsgevonden, en zal nog niet plaats kunnen vinden voordat een substantieel deel van de kavels is verkocht. Men heeft dus nog geen lering kunnen trekken uit deze eerste fase en er is dus nog geen basis waarop met een vervolg kan worden gekomen. Gezien de aanbevelingen van de rekenkamer en toezeggingen van het college zou een bestemmingsplan voor een tweede fase van het Vaneker dus nog lang niet aan de orde mogen zijn, laat staan een bestemmingsplan voor het gehele Vaneker.

Het waren juist de toezeggingen omtrent evaluatie, fasering en het constant leren van eerdere fases, die maakten dat een raadsmeerderheid in 2011 alsnog kon instemmen met het bestemmingsplan voor de eerste fase. Het is daarom onthutsend te vernemen dat dezelfde raadsmeerderheid nu met een bestemmingsplan voor het gehele Vaneker lijkt te kunnen instemmen, terwijl het college aan geen van deze toezeggingen heeft voldaan.

Door in te stemmen met het bestemmingsplan voor het Vaneker is de formele rol van de raad in één keer uitgespeeld. Coalitiepartijen zeggen er alle vertrouwen in te hebben dat het college de raad bij de verdere uitwerking zal betrekken, maar lijken daarbij te vergeten dat hun college over enkele weken is uitbestuurd. De ontwikkeling van het Vaneker zal nog vele raadsperioden duren en door evenveel toekomstige colleges worden uitgevoerd. Niemand kan garanderen dat al die toekomstige colleges de raad voldoende bij het Vaneker zullen betrekken, als de huidige raad haar formele positie geheel uit handen geeft.

GroenLinks zal in de raadsbehandeling op 10 maart met een voorstel komen waarin we het college oproepen zich alsnog te houden aan gemaakte afspraken, de aanbevelingen van de rekenkamer en haar eigen toezeggingen. We zullen dan zien hoeveel waarde de gemeenteraad hecht aan zowel haar eigen positie als aan een college dat afspraken nakomt.