De afgelopen weken ben ik druk bezig geweest mij voor te bereiden op het eerste grote raadsvoorstel over de jeugdzorg deze raadsperiode. Maandag 16 juni is het dan zo ver en mag ik mijn mening geven over het beleidsplan jeugdhulp 2015 – 2018. Vervolgens wordt het voorstel 30 juni behandeld in raad. Natuurlijk is de transitie van de jeugdzorg al vaker aan de orde geweest in de vorige raadsperiode en veel besluiten liggen dan ook al vast. Niettemin zijn er nog belangrijke dingen te bespreken voordat de jeugdzorg op 1 januari 2015 wordt overgeheveld naar de gemeenten, zoals de toegang tot de specialistische jeugdzorg, het persoonsgebonden budget (pgb) en de tussentijdse evaluatie.

 

De decentralisatie van de jeugdzorg van de landelijke en provinciale overheid naar de gemeenten is niet uniek. In een artikel in de correspondent beschrijft Mayke Blok hoe Denenmarken een aantal jaar geleden een soortgelijke decentralisatie heeft doorgevoerd. Ook daar kampte de overheid met een duur en ingewikkeld systeem. Men besloot de zorg dichter bij de burgers te brengen en meer in te zetten op preventie en interventie. De decentralisatie in Denenmarken was echter niet geheel vergelijkbaar met die in Nederland; waar men in Nederland 1,5 jaar uittrekt voor de decentralisatie, heeft Denenmarken er 6 jaar over gedaan.
In het begin van het decentralisatieproces kochten de Deense gemeenten vooral lichte en goedkope zorg in. Dit zorgde er voor dat veel zorginstellingen over de kop gingen en de kwaliteit verminderde. Kinderen en jongeren werden bovendien vaker naar (te) lichte zorgvormen doorgestuurd. Wanneer de jongeren na een aantal trajecten de juiste specialistische hulp ontvangen, zijn de problemen vaak al verergerd en zijn de kosten opgelopen. Ook ontstond er rechtsongelijkheid; in de ene gemeente kon je specialistische zorg krijgen en in de andere niet. Als we naar Denenmarken kijken kunnen we concluderen dat decentraliseren succesvolle en minder succesvolle kanten kent, maar ook vooral tijd en geld kost.

Mijn grote zorg is dat Nederland in dezelfde valkuilen loopt als Denenmarken door te veel nadruk te leggen op preventie en de dure, specialistische zorg te mijden. In het nieuwe jeugdzorgstelsel komt de regie van de zorg voornamelijk bij de wijkteams te liggen. Zij verwijzen kinderen en jongeren door naar specialistische zorg. Met de huisartsen, welke ook bevoegd zijn door te verwijzen naar specialistische jeugdzorg, worden handelingsafspraken gemaakt. Tegelijkertijd wordt met een ontschot en, waar mogelijk, wijkgerichte begroting gewerkt. Met de huidige bezuinigingsopgave zal de dure, specialistische jeugdzorg een zware wissel trekken op de begroting. Het is daarom belangrijk dat er goede afspraken worden gemaakt over de toegang tot de specialistische jeugdzorg. Er zal namelijk altijd een percentage jongeren zijn wiens problematiek niet met preventie valt op te lossen.