GroenLinks wil dat Enschede al het mogelijke doet om uitgeprocedeerden die buiten hun schuld op straat staan, tenminste van basisvoorzieningen en noodzakelijke zorg te voorzien. Vluchtelingen die een verblijfstitel hebben gekregen en in Enschede wonen, verdienen ondersteuning en kansen voor de toekomst. GroenLinks en SP hebben het College van B&W vragen gesteld over het vluchtelingenbeleid in Enschede. Op een aantal punten roept de beantwoording vragen op.

Vluchtelingen die in procedure zitten, maar ook uitgeprocedeerden die in Nederland verblijven, dienen desgevraagd door het Rijk te worden opgevangen. Dit is bij convenant door de gemeenten met het Rijk overeengekomen. Helaas is al jaren bekend dat er geen sprake is van een sluitend systeem, waardoor regelmatig een beroep op gemeenten wordt gedaan voor opvang. Uit antwoorden op vragen van GroenLinks en SP over het vluchtelingenbeleid in Enschede blijkt dat vluchtelingen die niet door het Rijk worden opgevangen, alleen voor noodopvang in aanmerking komen in 'schrijnende gevallen' en als er voldoende plek is.

GroenLinks is verbaasd dat het College opnieuw aangeeft dat in de maatschappelijke noodopvang sprake kan zijn van plaatsgebrek. Mijn wens daar iets aan te doen werd eerder in de kiem gesmoord door het Leger des Heils zelf, dat via een brief liet weten dat er overeenstemming was met de gemeente en er nooit mensen op straat hoefden te slapen. Desnoods zou het bijplaatsen van veldbedden uitkomst bieden. Als kleine linkse raadsfractie sta je dan met de spreekwoordelijke lege handen. Hoe dan ook zou Enschede meer moeten bieden dan de bankjes in het Volkspark.  

In de beantwoording geeft het College aan dat vluchtelingen worden geacht mee te werken aan hun terugkeer om voor ondersteuning in aanmerking te komen. Maar er wordt daarnaast ook een ander criterium aangelegd, namelijk 'schrijnendheid'. Mogelijk wordt bedoeld dat mensen die beschikking hebben over een ander onderkomen niet opgevangen hoeven te worden, maar niet duidelijk is wat er wordt bedoeld.

Gemeenten krijgen van het Rijk een taakstelling opgelegd over het aantal statushouders dat ze moeten opnemen. Het College schrijft dat Enschede voldoet aan deze norm en ervoor waakt daar niet onder te komen. Daarmee lijkt er geen aandacht te zijn voor de extra toestroom van o.a. Syrische vluchtelingen die momenteel in Enschede hun intrek nemen bij familie, vrienden en kennissen, bovenop de taakstelling van het Rijk. Er blijkt bij Alifa, waar het vluchtelingenwerk is ondergebracht, vrijwel geen professionele ondersteuning beschikbaar voor al deze mensen die verder moeten met hun leven en in de komende tijd hun weg moeten vinden in Enschede.