Op 10 december 2012 heeft de gemeenteraad unaniem ingestemd met de nota "Erfgoed 21," het nieuwe erfgoedbeleid van Enschede. Onderdeel hiervan was het voorstel om de gemeentelijke monumentenlijst aan te vullen met een 12-tal naoorlogse panden, naar aanleiding van een onderzoek door het Oversticht. Vorige week stuurde het college een brief naar de raad waarin zij meldde deze panden toch niet aan de gemeentelijke monumentenlijst toe te willen voegen. GroenLinks is daarin zeer teleurgesteld en roept het college op om alsnog tot aanwijzing tot gemeentelijk monument over te gaan.

De reden waarom het college van aanwijzing wil afzien is vooral van financiële aard. De betrokken eigenaren willen worden gecompenseerd voor de extra kosten die zij moeten maken voor materiaal, plankosten en leges die de monumentenstatus met zich meebrengt. De gemeente heeft echter geen geld om onderhoudssubsidies voor de betreffende panden te verlenen, maar is daartoe ook helemaal niet toe verplicht.
Door de panden dan maar niet aan te wijzen als monument, kiest het college de gemakkelijke weg en gaat daarbij geheel voorbij aan het maatschappelijk belang. Het gaat om gebouwen met een bijzondere architectuur die van grote waarde zijn voor onze ruimtelijke kwaliteit en identiteit.
In een tijd dat steden steeds eenvormiger worden en waar het, als gevolg van globalisering, steeds meer draait om de kracht en identiteit van regio's, zal een goed monumentenbeleid van steeds groter belang worden.

Een stad of regio ontleent haar identiteit en eigenheid voor een groot deel aan haar geschiedenis.  En juist in de monumenten wordt deze geschiedenis concreet zichtbaar. De compacte binnenstad, de textielfabrieken, stadsparken, villa's en landgoederen zijn zeer kenmerkend voor Enschede. Maar ook de wederopbouwperiode is voor Enschede van bijzonder belang, omdat in de oorlog een groot deel van de binnenstad verloren is gegaan, en daarna de textiel ten onder ging. Niet alleen woningen en bedrijven, maar de hele maatschappij moest in deze moeilijke jaren wederopgebouwd worden. De 12 panden waarvan de monumentenstatus nu ter discussie staat, laten zien dat er in Enschede, ook in deze zware periode, mooie, cultuurhistorisch en architectonisch waardevolle gebouwen zijn neergezet.

GroenLinks vindt dat deze gebouwen de monumentenstatus verdienen, zodat de cultuurhistorische en architectonische waarden behouden blijven en ook toekomstige generaties kunnen zien hoe Enschede zich in de moeilijke naoorlogse jaren heeft ontwikkeld tot de bruisende stad die het nu is.