Vorig jaar heeft GroenLinks, samen met de CU, een motie ingediend om te zorgen dat de kilometer grens niet naar de 6 km ging, maar er leerlingen vervoer zou zijn als de leerling verder dan 3 km van school woont. Deze motie kreeg een meerderheid. Vlak voor de zomer, op 1 juli, werd deze keuze nog eens bevestigd. Wat schetst onze verbazing dat deze bezuinigingsmaatregel weer bij de programma begroting stond. Weer deed GroenLinks, met enkele andere partijen, een poging de afstand voor leerlingen vervoer op 3 km te laten. Helaas, nu bleek de meerderheid van de raad tegen.

Laat ik duidelijk zijn, niet voor iedereen verandert het leerlingen vervoer. Leerlingen die door een zintuiglijke, lichamelijke of verstandelijke beperking niet zelfstandig of onder begeleiding naar school kunnen reizen houden hun recht op aangepast vervoer. Dat gaat over ongeveer 700 kinderen. Maar voor de kinderen (en hun ouders) van het speciaal basisonderwijs, verandert er heel veel. Zij moeten tot 6 km zelf het vervoer regelen.

Het gaat hier om kwetsbare kinderen, die niet zelfstandig naar school kunnen. De SBO-scholen doen wat zij kunnen om kinderen vanaf groep 8 zelfstandig naar school te laten gaan. Maar voor de andere kinderen zien deze scholen graag dat de afstand zo kort mogelijk is en dat de leerlingen met het georganiseerde leerlingenvervoer kunnen. GroenLinks is van mening dat dit vanaf 3 km mogelijk moet zijn. Helaas dacht de meerderheid van de raad hier anders over en heeft de afstand naar 6 km gebracht.

Onlangs berichtte Tubantia over een grensgeval dat net niet aan de eis van 3 km voldeed. In haar nieuwsbrief van 22 november 2013 maakte BBE zich hier nogal druk over. Maar als BBE ook voor de motie had gestemd, was de afstand op 3 km gebleven. Nu moeten straks alle kinderen (en hun ouders) die tot 6 km van hun school wonen, zelf voor het vervoer zorgen. GroenLinks had dat graag anders gezien.