Afgelopen raadsvergadering heeft de voltallige oppositie, bestaande uit GroenLinks, PvdA, EnschedeAnders, SP en OPA, opnieuw de aanhoudende problemen in de ondersteuning bij het huishouden ter discussie gesteld. Op de oproep nu echt iets te doen aan de problemen, kwam vanuit de coalitie geen enkele reactie en op de moties die werden ingediend evenmin. GroenLinks vindt het onbegrijpelijk dat de coalitie zwijgt over de grote problemen waar onze inwoners mee te maken hebben die afhankelijk zijn van thuiszorg.

Enschede heeft, bij de invoering van de nieuwe WMO, gekozen voor een systeem van resultaatfinanciering. Al vrij snel werd duidelijk dat dit systeem van resultaatfinanciering zorgt voor lage aantallen uren, die de zorgaanbieders zelf met de cliƫnt kunnen overeenkomen op basis van zijn of haar specifieke situatie. Zorgaanbieders krijgen relatief weinig geld ter beschikking, lopen daardoor een groot risico en proberen het aantal uren te beperken. Vooral voor mensen die voorheen een hoge indicatie hadden, geldt dat zij er fors op achteruit gaan. Voor mensen met een persoonsgebonden budget (PGB) geldt dat zij nu nog maar twee uur en een kwartier zorg per week in kunnen kopen terwijl zij voorheen soms wel 10 uur per week kregen.

De eerste keer dat deze situatie ter sprake kwam in de stedelijke commissie en de raad schenen de coalitiepartijen de problemen, die ook uit een evaluatie van het college bleken, te herkennen. De wethouder zegde toe met de zorgaanbieders in gesprek te gaan. Een motie van GroenLinks om het maatwerk terug te brengen in de PGB-tarieven haalde het niet. Na het gesprek met de zorgaanbieders bleven de problemen echter aanhouden. Slechts in uitzonderlijke gevallen krijgen mensen, na veel aandringen, een indicatie die hoger ligt dan 2 uur en een kwartier, het gemiddelde aantal uren waar de resultaatfinanciering op is gebaseerd. Soms krijgen mensen van de zorgaanbieder te horen dat er niet meer uur kan worden gegeven, omdat het tarief van de gemeente niet toereikend is.

Kortom, de coalitie houdt zich doof voor de problemen met de ondersteuning bij het huishouden. Vooralsnog is het wachten op de evaluatie die gehouden zal worden na 1 juli. Met de tussenkomst van het zomerreces is de eerstvolgende mogelijkheid om het beleid aan te passen pas in september. Tot die tijd kunnen we niets meer doen dan hopen dat de problemen zich vanzelf oplossen.