Logisch dat wethouder Welman reageerde op het kritische rekenkamerrapport over armoedebeleid, door een aantal conclusies van een andere kant te belichten. Jammer dat hij vervolgens compleet in de verdediging schiet. Don't blame the messenger is hier wel een toepasselijk gezegde. GroenLinks wil al jaren meer doen aan de armoede en graag een open discussie over de mogelijkheden om het armoedebeleid effectiever te maken dan het nu is. Daarnaast moet helder worden wat de gemeente wil bereiken, stelt ook de rekenkamer, en volgens GroenLinks moet vervolgens het politieke debat over de budgetten voor armoede (participatie en schuldhulpverlening) ook op basis daarvan worden gevoerd.

Op enkele onderdelen schiet de verdediging van Welman door. Ik beperk me tot enkele voorbeelden. Je kunt Enschede vergelijken met de G32-steden zoals de wethouder bepleit, maar ook met landelijke cijfers, zoals in het rekenkamerrapport gebeurt. Immers, de ernstige armoedeproblematiek in Enschede staat los van het feit dat in een aantal ándere grote steden hiermee ook problemen bestaan. Hetzelfde geldt voor de uitvoeringskosten: niet een benchmark met andere gemeenten kan het gezicht van het college redden op dit punt, maar hard bewijs dat inderdaad (in een deel van de gevallen) een derde van het budget hieraan op moet gaan. GroenLinks vindt een verdedigingsstrategie niet interessant; we willen weten of er mogelijkheden zijn de ambtelijke inzet meer op rechtmatigheid te concentreren om zo de uitvoering goedkoper te maken.

Enschede heeft te maken met veel armoede onder haar inwoners en GroenLinks wil dat al het mogelijke daartegen wordt gedaan: de beleidsruimte die de gemeente heeft dient zoveel en zo goed mogelijk te worden gebruikt. Ten eerste dienen de genoemde uitvoeringskosten tegen het licht gehouden te worden. Ten tweede lijkt het college in haar reactie zelf aan te geven dat het bereik van het armoedebeleid kan worden verbeterd door waar mogelijk aanvullingen te bedenken op de bijzondere bijstand. Het bereik daarvan is (zoals ook al bekend was) relatief beperkt. Aanvullen is een veel betere strategie dan het vergroten van de bekendheid van het armoedebeleid, zoals de rekenkamer aanbeveelt: de bekendheid hiervan is volgens de reactie van het college 82%.

Aanvullingen zijn mogelijk in de vorm van generieke maatregelen; zelf nam Welman initiatief tot een 'goedkoop' zorgverzekeringspakket via Menzis. Het college zou kunnen nagaan of meer van dit soort maatregelen denkbaar zijn. Daarnaast past in deze strategie ook dat de wettelijke mogelijkheid van de individuele inkomenstoeslag voor mensen die langdurig een laag inkomen hebben wordt verruimd - in ieder geval dat wordt nagegaan wat hiervan het effect zou zijn op het bereik van het armoedebeleid en daarmee in veel gevallen van de effectiviteit. Genoemde toeslag wordt immers alleen verstrekt aan mensen met een zeer laag inkomen en kent een flink hoger bereik dan de bijzondere bijstand.