Toen de plannen voor een commerciële burgerluchthaven op Twente onhaalbaar bleken, hoopte GroenLinks dat serieus zou worden gekeken naar een (economische) ontwikkeling van het voormalige vliegveldterrein zonder vliegactiviteiten. Hoewel de ‘Commissie van Wijzen’ onder leiding van Bernard Wientjes een wat bredere blik op mogelijke toekomstige ontwikkelingen toonde, hielden zowel de colleges als coalities in gemeente en provincie hun oogkleppen op en blijft de focus liggen op het kunnen blijven vliegen. Miljoenen euro’s gemeenschapsgeld zijn er al gespendeerd aan de luchtkastelen van bestuurders en politici, en het einde is nog niet in zicht. Ook de huidige plannen lijken gebouwd op financieel drijfzand.

De afgelopen weken zijn raad, provinciale staten en andere betrokkenen op verschillende momenten bijgepraat over de huidige plannen en processen voor het luchthavengebied. In één van die sessies werd de aanwezige raads- en statenleden voor het eerst enig inzicht geboden in de toekomstige exploitatie van het vliegveld. Wat blijkt: hoewel betrokken partijen hun best doen de exploitatiekosten zo laag mogelijk te houden, zullen de inkomsten uit landingsgelden naar verwachting slechts 1/3e deel van de exploitatiekosten dekken. Het overgrote deel van de inkomsten moet komen uit vastgoed: verhuur van bestaande panden (hangars) en het in erfpacht uitgeven van bouwkavels. In beide gevallen specifiek voor luchthavengebonden bedrijvigheid.

Tot nu toe is er met Aeronextlife (AXL) welgeteld één concreet ‘bedrijf’ gevonden dat zich op de luchthaven wil vestigen. ‘Bedrijf’ tussen aanhalingstekens, want het is geen bestaand bedrijf, het is nog maar een idee, een bedrijfsplan waarvan de levensvatbaarheid nog bewezen moet worden. Andere luchthavengebonden bedrijven lijken nog niet in de rij te staan om zich op vliegveld Twente te vestigen. De verkoop van bedrijfskavels loopt in Twente al jarenlang ver achter op de prognoses, en er is vooralsnog geen reden om te verwachten dat zeer specifieke luchthavengebonden kavels ineens wel als warme broodjes over de toonbank zullen gaan. Het is dus uiterst onzeker of de vastgoedinkomsten, die noodzakelijk zijn om de exploitatie sluitend te krijgen, wel gerealiseerd kunnen worden.

Een ander risico betreft het onderhoud aan de baan. Met klein ‘dagelijks’ onderhoud is wel rekening gehouden, maar groot onderhoud acht men voor een lange termijn niet nodig, omdat de baan in uitstekende staat verkeert. Wanneer zich een tegenvaller voordoet en er toch een grote investering nodig blijkt te zijn, dan is daarvoor dus geen budget gereserveerd.

Ook is nog onduidelijk hoe groot de benodigde investeringen in de (luchthaven-)infrastructuur zullen zijn en vooral wie die gaat betalen. Bij de plannen voor de burgerluchthaven had het Rijk een bijdrage in de kosten voor infrastructuur toegezegd, en ADT hoopt dat het Rijk ook in de huidige plannen een bijdrage wil leveren. Wat de gevolgen voor de exploitatie zijn als een Rijksbijdrage uitblijft is nog niet inzichtelijk gemaakt. Wat wel duidelijk is: of het nu het Rijk of de gemeente is die bijdraagt, het gaat in beide gevallen weer om gemeenschapsgeld.

De financiële risico’s zijn groot, zicht op een sluitende exploitatie is er ook nu niet, en een marktpartij die de exploitatie op zich wil nemen is nog niet in beeld. Alle kosten en risico’s komen dus nog steeds voor rekening van gemeente en provincie. En met ADT, Top- en Kwaliteitsteam, ambtelijke en externe ondersteuning gaat het geld uitgeven in rap tempo door. Wanneer durven bestuurders en politici nu eindelijk eens in te zien dat het gewoon niet uit kan, een vliegveld in Twente?