Om in de raad een gefundeerde discussie te kunnen voeren over het armoedebeleid en over de rol van de armoedeval daarbij, heb ik afgelopen jaar gevraagd om een overzicht van wat dit beleid betekent voor de koopkracht van huishoudens in Enschede. In opdracht van de wethouder heeft het Nibud een minima effectrapportage opgesteld. Hieruit blijkt dat alleen huishoudens bestaande uit een alleenstaande ouder met kinderen, met behulp van het gemeentelijk armoedebeleid, per saldo voldoende geld hebben om van te leven. Althans, op basis van de bescheiden bestedingspakketten die het Nibud heeft samengesteld (waarbij bijvoorbeeld per persoon slechts €9,- beschikbaar is voor vervoer). Alle andere typen huishoudens in deze rapportage, komen elke maand veel geld tekort: een paar met twee pubers thuis, elke maand zelfs €237,-. Voor sommigen lijkt het onmogelijk om uit de schulden te blijven, gelukkig te leven, gezond te zijn en de kinderen een goede kans te geven.

In de gemeenteraad is vaak verwezen naar de uiteenlopende instrumenten van het armoedebeleid, toeslagregelingen en vrijwilligersinitiatieven. Volgens een deel van de raad is het 'alles bij elkaar nogal veel' en bovendien zou sprake zijn van een armoedeval. Daarmee werd dan gesuggereerd dat lage inkomens door diverse regelingen op een prima inkomen konden uitkomen, waarbij de prikkel om 'aan de slag te gaan' te zwak zou zijn. Uit eerder onderzoek was al bekend dat optreden van de armoedeval in werkelijkheid de prikkel om aan de slag te gaan, nauwelijks vermindert. Uit de Nibud rapportage blijkt nu ook dat lage inkomensgroepen meestal niet op een voldoende inkomen uitkomen door de hulp die er is.

Duidelijk komt naar voren dat het leven vaak te duur is tot 120% van de bijstandsnorm. Waarbij de armoedeval regelmatig optreedt: 120% bijstandsniveau houdt per saldo in dat die gevallen minder overhouden dan de lagere inkomensgroepen. Alle reden dus om, zoals door GroenLinks telkens weer bepleit, het armoedebeleid ook aan te bieden aan de iets hogere inkomensgroepen: de werkende armen (vaak in deeltijdbaantjes, ZZP-ers en flexwerkers die soms wel 60 uur per week beschikbaar moeten zijn).

Misschien krijgen we nu wel gelijk. Maar ik vermoed dat mij opnieuw die wollig ingeleide vraag te wachten staat, die erop neerkomt: Waar wilt u dat van betalen? De bekende stoplap die samen met het argument van de armoedeval elke poging om iets voor arme Enschedeërs te doen heeft tegen gehouden sinds ik raadslid ben. GroenLinks heeft door de jaren heen diverse dekkingsvoorstellen bedacht. Zelfs een stijging van de lokale lasten is acceptabel om de armoede te verlichten, ook dat zeggen we al jaren. GroenLinks heeft het niet voor het zeggen en werkt graag mee als anderen bedenken wat ze acceptabel vinden.

Uit de rapportage van het Nibud blijkt dat de gemeente meer tegen armoede kan doen dan nu gebeurt. GroenLinks wil dat alle suggesties van het Nibud worden overgenomen. Het college van B&W wil dat niet! Ik zal de Nibud rapportage samen met het recente rekenkamerrapport over armoede onder de aandacht brengen van GroenLinks in de Tweede Kamer. Tevens blijven we op zoek naar mogelijkheden om binnen de wet, armoede tegen te gaan in het algemeen en waar mogelijk gericht op huishoudens die volgens het Nibud te weinig hebben. Maar Enschede kan dat niet alleen en hopelijk maken raadsfracties en bestuurders dat samen met ons duidelijk in Den Haag.