Afgelopen januari was het één jaar sinds de decentralisaties op het sociale domein zijn doorgevoerd. Reden voor een feestje? Wat ons betreft niet. De decentralisaties van de Wmo en de jeugdhulp zijn gepaard gegaan met een forse rijksbezuiniging, die zijn sporen heeft nagelaten. Ondanks mooie beleidsplannen en beloftes van maatwerk, worden we nog geregeld geconfronteerd met situaties en berichten waarin duidelijk wordt dat we nog een lange weg te gaan hebben.

Onlangs hebben we in de stedelijke commissie het rapport van de Enschedese klachtencommissaris besproken, welke was opgesteld naar aanleiding van de vele klachten die bij de klachtencommissaris binnen kwamen. In dit rapport wordt geadviseerd te blijven beschikken in uren huishoudelijke hulp en het begrip “schoon huis” los te laten. Reden hiervoor is dat de zorgaanbieders een vast bedrag krijgen per cliënt. De zorgaanbieders hoeven echter enkel het resultaat te verantwoorden en niet het aantal uur ondersteuning dat zij leveren. Op deze manier is het mogelijk dat het daadwerkelijke aantal uur huishoudelijke ondersteuning dat geleverd wordt een stuk lager ligt, dan de 18% die de gemeente bezuinigt op het budget.

De bezuinigingen op de huishoudelijk ondersteuning hebben niet alleen tot beroering geleid bij de zorgvragers, ook voor de medewerkers is het een roerige tijd. Zorgaanbieder TSN verlaagde eerder de lonen van de medewerkers en Zorggroep Manna deed een oproep voor een vrijwillig loonoffer. Staatssecretaris Van Rijn maakte eind dit jaar bekend extra geld vrij te maken voor goede arbeidsvoorwaarden voor werknemers en behoud van arbeidsplaatsen door de Huishoudelijk Hulp Toelage. Daarnaast wordt per 1 januari 2017 de alfahulp constructies aan banden gelegd.

Afgelopen week bleek uit een rapport uitgevoerd door Regioplan onder 175 zorginstellingen, dat acht op de tien jeugdzorgaanbieders meent dat gemeenten cliënten te laat doorverwijzen. Meer dan de helft, 57%, van de aanbieders geeft aan dat de problematiek waarmee jongeren binnenkomen in 2015 zwaarder was dan 2014. Alhoewel wij vooralsnog tevreden zijn met de manier waarop de jeugdzorg wordt georganiseerd in Enschede, maken ook wij ons zorgen over de nog komende bezuinigingen op de jeugdzorg en het lange termijn effect hiervan.

Kortom, wat GroenLinks betreft zijn we er nog lang niet. De decentralisaties en de bijbehorende bezuinigingen zijn een feit, maar dit betekent niet dat er geen ruimte voor verbetering is. Beleidstheorie komt niet altijd overeen met de praktijk en daarom is het belangrijk dat we klachten en signalen serieus nemen en niet bang zijn terug te komen op eerder gemaakte besluiten.