Sinds de invoering van diftar in Enschede, is de afvalinzameling gesprek van de dag. Enerzijds is diftar erg succesvol, want de Enschedese huishoudens zijn hun afval aanzienlijk meer gaan scheiden. Anderzijds zijn er veel klachten over, en overlast van, zwerfafval en illegaal gedumpt afval. Daarbovenop kwam het CPB (Centraal Planbureau) deze week met een onderzoek waaruit blijkt dat het gescheiden inzamelen van plastic en verpakkingsafval slechts zeer beperkt bijdraagt aan het verminderen van onze collectieve CO2-uitstoot. Dit roept bij velen de vraag op of, en zo ja hoe, we verder moeten met gescheiden inzamelen van afval.

Voor GroenLinks staan in het debat en onze keuzes omtrent afvalinzameling drie uitgangspunten centraal:

  1. De vervuiler betaalt. Dus: iemand die goed afval scheidt en weinig restafval aanbiedt betaalt een lagere afvalstoffenheffing, en degene die veel restafval aanbiedt betaalt een hogere heffing. Oftewel, het grondbeginsel van diftar
  2. Het verwerken van ons afval moet het milieu zo min mogelijk belasten
  3. Afval wordt zoveel mogelijk hergebruikt, zodat we minder afhankelijk worden van nieuwe delf- en grondstoffen, waarvan de winning vaak tot grote milieuschade en hoge uitstoot leidt

De klachten en overlast over zwerfafval in de straten en naast containers komen voornamelijk uit buurten met hoogbouw. En dat is goed verklaarbaar: In tegenstelling tot bewoners van grondgebonden woningen, zijn bewoners van appartementen niet gewend aan het systeem om op een vast moment, eens in de twee weken, hun afval aan de straat te zetten. Zij zijn gewend om 24 uur per dag, 7 dagen in de week, hun afval in een (ondergrondse) container kwijt te kunnen. Daarnaast hebben bewoners van appartementen over het algemeen minder ruimte om hun plastic afval tot 2 weken lang ergens te bewaren. Om dit probleem aan te pakken, zijn er de afgelopen maanden tientallen oranje containers in de stad geplaatst en worden er brieven gestuurd naar bewoners van appartementen. Ook de komende weken komen er nog vele extra containers bij. En dit heeft succes: in de buurten waar extra oranje containers zijn geplaatst, is de hoeveelheid (illegaal) bijgeplaatst afval sterk afgenomen, tot nauwelijks meer dan voor de invoering van diftar.

Net nu de overlast van bijgeplaatst en gedumpt afval langzaam onder controle komt, komt het CPB met een onderzoek waarin zij beschrijft dat met het recyclen van plastic hooguit 0,15% van de CO2-uitstoot in Nederland wordt bespaard en dat een groot deel van het ingezamelde plastic van te slechte kwaliteit is om te kunnen hergebruiken.
Hoewel alle beetjes helpen, lijkt het nut van recyclen van plastic hiermee beperkt. Echter, recyclen doe je niet alleen om CO2-uitstoot te verlagen, maar ook om het verbruik van grondstoffen te verminderen. Met iedere kilo plastic die wordt gerecycled, besparen we ca. 2 liter ruwe aardolie die nodig is om een kilo plastic te fabriceren. Ook is het mogelijk om olie uit plastic afval terug te winnen.

De grootste vraag is wat GroenLinks betreft dan ook hoe we het plastic en verpakkingsafval efficiƫnter kunnen recyclen. Een logische stap zou zijn om statiegeld in te voeren op PET-flessen, frisdrankblikjes en andere goed herbruikbare verpakkingen. Maar dat is een landelijke discussie en het draagvlak binnen maatschappij en politiek is vooralsnog helaas erg klein. Als tussenoplossing zou je kunnen denken om de inzameling van plastic en verpakkingen te beperken tot alleen die soorten die goed herbruikbaar zijn, of te investeren in betere nascheiding van plastic en verpakkingen.

Wat GroenLinks betreft staat diftar niet ter discussie en blijven we er op inzetten plastic en verpakkingen zoveel mogelijk een tweede leven te geven. Laten we niet het kind met het badwater weggooien, maar zoeken naar mogelijkheden om inzameling, scheiden en vooral hergebruik van afval efficiƫnter en makkelijker te maken.