Volgende maand is er een bijeenkomst van Twentse colleges en gemeenteraden in Goor. Bij die gelegenheid wordt de toekomst van de Twentse samenwerking besproken en verkend. In de komende periode is er ruimte voor discussie en worden de verkiezingsprogramma's geschreven. We willen daar niet te veel op vooruit lopen, maar we gaan ook niet blanco de discussie voeren. Nut en noodzaak van meer regionale samenwerking staan voor GroenLinks als een paal boven water. Tegelijkertijd moeten lokale democratie en de menselijke maat voorop staan vinden wij. Daarom is Twentestad voor GroenLinks geen optie.

GroenLinks heeft vaak gepleit voor regionale samenwerking op gebied van met name woningbouw, kantoren en bedrijventerreinen. In de afgelopen jaren is die afstemming ook van de grond gekomen. Logischerwijs zoeken gemeenten elkaar in deze zware tijden op om expertise te delen, om samen de economie te stimuleren en tevens om antwoorden te vinden op de grote vraag waar het Rijk de gemeenten voor stelt: Hoe kunnen we veel meer taken doen (jeugdzorg, participatiewet, AWBZ) met relatief weinig geld?

Geen Twentestad dus, maar er zijn gemeentelijke taken waarvan je de vraag kan stellen welke toegevoegde waarde het heeft als onze gemeente die individueel blijft uitvoeren of: gaat uitvoeren, als het om de nieuwe taken gaat. Het is verstanding om die vraag goed te onderzoeken. Maar we willen geen blinde ambitie, want voor een grote gemeente als Enschede geldt in veel gevallen dat een (nog) grotere schaal geen voordelen biedt. De burger is weliswaar mobieler geworden en misschien minder gebonden aan de plaats waar hij of zij woont, maar onderzoek laat zien dat schaalvergroting van gemeenten niet per se een verbetering geeft. Het is mij niet bekend dat er in Twente ├╝berhaupt gemeenten zijn die objectief gezien te klein zijn om hun (toekomstige) taken goed te kunnen uitvoeren en voor Enschede is dat sowieso niet het geval.

Op dit moment is sprake van een lappendeken van verschillende samenwerkingsverbanden. Een aantal taken (zoals verkeer en OV) worden door de Regio Twente uitgevoerd. We hebben de Netwerkstad en er zijn diverse gemeenschappelijke regelingen, gezamenlijke visies en overige samenwerkingsverbanden. Er zijn stedelijke en typische plattelandsgemeenten in Twente en er bestaan onderling (grote) politieke verschillen, bijvoorbeeld op sociaal terrein. Daardoor kennen samenwerkingsverbanden verschillende samenstellingen. Gemeenteraden en de burgers van Twente zijn in verschillende mate betrokken bij wat er in deze samenwerkingsverbanden gebeurt. Dat geldt ook voor Regio Twente. Het is voor gemeenteraden in de praktijk te lastig om daar grip op te krijgen.

Een belangrijke voorwaarde voor meer samenwerking is wat GroenLinks betreft dat de kaderstellende en controlerende taken van de gemeenteraden in tact blijven en hier moet niet te gemakkelijk over worden gedacht. De ervaringen met Regio Twente en de verschillende gemeenschappelijke regelingen (denk aan ADT!), laten zien hoe moeilijk het gemeenteraden kan worden gemaakt om hun taken uit te oefenen. Dat moet sterk verbeteren indien (bijvoorbeeld) de regio meer taken krijgt. GroenLinks is er geen voorstander van om een groot aantal taken op afstand te zetten door ze bij Regio Twente of in een gemeenschappelijke regeling onder te brengen.

GroenLinks heeft in het verleden gepleit voor effectieve en noodzakelijke samenwerking als het ging om ruimtelijk beleid en economisch beleid. Maar er zijn waarschijnlijk ook mogelijkheden op andere beleidsterreinen en zeker op gebied van de interne organisatie van gemeenten. Als we werkprocessen harmoniseren en dingen samen doen, hoeft niet overal opnieuw het wiel uitgevonden te worden. Indien de voordelen van zelfstandige uitvoering van een bepaalde taak niet opwegen tegen te behalen schaalvoordelen, dan kan op deze taak een passend samenwerkingsnetwerk in het leven worden geroepen. Meer samenwerking kan lucht geven, maar de doelstelling daarvan en de eventuele besparing moeten vooraf zorgvuldig worden onderzocht en vastgelegd. Er zijn goede afspraken nodig om freerider-gedrag te voorkomen, de lokale politiek in positie te houden en managementcultuur buiten de deur te houden. Tot slot, en dat is het belangrijkste, moet de gemeente goed toegankelijk blijven voor zijn inwoners.