Motie ingediend in de raadsvergadering van 9 november 2015
Motie ingediend door GL, CDA, PvdA, SP, EA, D66, BBE, VVD, CU, OPA
Motie aangenomen

De gemeenteraad van Enschede, in vergadering bijeen op 9 november 2015  besprekend het verzoek van de  Tweede Kamer aan de Minister om de hoofdvestiging van de Stichting Leerplan Ontwikkeling voor Enschede te behouden en niet naar Utrecht te laten verhuizen;  
Gegeven de antwoorden en reactie van de Minister, de onrust onder het personeel en de maatschappelijke beroering in Enschede en Twente;

constaterende dat: 
- De Minister terzake een wettelijke bestuurlijke positie heeft met taken en bevoegdheden;
- De Minister echter ook  een bestuurlijk-maatschappelijke verantwoordelijkheid heeft en mede als gevolg van haar substantiële positie als subsidieverschaffer aan SLO in deze een rol kan spelen als belangrijkste stakeholder van SLO;
- SLO als publieke partner vanuit good governance een maatschappelijke verantwoordelijkheid heeft om de strategische, personele, organisatorische en financiële belangen die een verplaatsing van de hoofdvestiging raken op een degelijke wijze met alle stakeholders te bespreken en op een overtuigende manier af te wegen;
- Vorige week nogmaals expliciet is gebleken dat zowel de Tweede Kamer als de OR op geen enkele manier overtuigd zijn van nut en noodzaak van een verplaatsing naar Utrecht; 
- SLO in de jaren '70 naar Enschede is verplaatst in het kader van het rijks-spreidingsbeleid, dat twee doelen voor ogen had: stimuleren van leefbaarheid in noorden, oosten en zuiden van het land én tegengaan van congestie in de Randstad; beide doelen nog steeds actueel en urgent zijn en behoud van SLO in Enschede daar zonder meer aan bijdraagt;

overwegende dat:
- Verlies van directe (hoogwaardige) en indirecte werkgelegenheid in Enschede en Twente voor ons bijzonder zwaar weegt en nooit gerelativeerd mag worden;
- Daarnaast met name voor de toekomst van Twente en SLO ook het economische argument van belang is: het behoud van SLO in het economische netwerk in  Enschede en Twente als innovatieve kennishotspot en complete vestigingsplaats (triple helix);
- Inkomenseffecten van een verplaatsing naar Utrecht op de (kwetsbare) Twentse economie zonder meer negatief zijn, nu en in de toekomst;
- Het vertrouwen dat de minister eerder uitsprak in het overleg tussen SLO en OR over de verwachte gevolgen voor personeel tot op heden niet aangetoond lijkt te worden;
- In de ogen van de OR de RvT en directeur-bestuurder zich in de afgelopen maanden niet ontvankelijk hebben getoond voor alternatieven die de OR heeft aangedragen;
- Er geen enkel overtuigend argument is dat verplaatsing van de hoofdvestiging naar Utrecht op welke manier dan ook de kwaliteit van de dienstverlening van SLO zou verbeteren;
- Er een reële kans is dat de directe en indirect kosten die met een voorgestane verhuizing samenhangen groter zijn dan formeel zijn ingeschat en daarmee mogelijk niet binnen de ruimte vallen die de subsidierelatie aan SLO biedt;
- Het Rijk nadrukkelijk een verantwoordelijkheid heeft bij de noodzakelijke statutenwijziging i.v.m. een verplaatsing van de hoofdvestiging, en met name toetst vanuit de subsidierelatie;
- Dat tot op heden de omvang van de transitiekosten van de verplaatsing nog steeds intern bij SLO betwist worden en het mede daarom maatschappelijk onverantwoord lijkt om dit risico af te dekken met het eigen vermogen van de SLO, voor zover het vrije deel al toereikend is;

draagt het college op:
Een indringend appèl te doen op de Minister van OCW om, nu naast de Tweede Kamer ook de gemeenteraad van Enschede zich hiervoor uitspreekt, er alles aan te doen wat in haar vermogen ligt om de hoofdvestiging van SLO in Enschede te behouden