Motie ingediend in de raadsvergadering van 11 juli 2016
Motie ingediend door GL, PvdA, SP, EA
Motie Ingetrokken na toezegging dat er een analyse volgt voor de PB

De raad van de gemeente Enschede, in vergadering bijeen op maandag 11 juni 2016, besprekende de zomernota 2016;

Constaterende dat:
•    Fijnstof één van de belangrijkste soorten van luchtverontreiniging omvat;
•    De concentratie van relatief grof fijnstof (PM2,5: deeltjes kleiner dan 2,5 micrometer) schadelijk is voor de gezondheid doordat deze deeltjes diep in de longen en zelfs in de bloedsomloop kunnen doordringen;
•    Uit metingen blijkt dat juist de concentratie van dit fijne fijnstof sterk gerelateerd is aan de lokale situatie – in het bijzonder verkeer – en dus lokaal te beïnvloeden is;
•    Verschillende gemeenten met succes beleid voeren om de luchtkwaliteit te verbeteren, bijvoorbeeld door het invoeren van milieuzones;
•    Enschede nog geen beleid voert dat specifiek is gericht op het verbeteren van de luchtkwaliteit;
•    Europese lidstaten, commissie en parlement op 30 juni een akkoord hebben bereikt over schonere lucht, met als doel dat in 20130 het aantal vroegtijdige sterfgevallen ten gevolge van luchtverontreiniging is gehalveerd;
•    Bewoners uit verschillende wijken van Enschede recent hun zorgen mbt de luchtkwaliteit in hun omgeving aan de gemeenteraad hebben geuit;

Overwegende dat:
•    Gezonde lucht van groot belang is voor de gezondheid en levenskwaliteit van onze inwoners en bezoekers;
•    Bewoners volledig afhankelijk zijn van de kwaliteit van de lucht in hun woonomgeving en daar zelf nauwelijks invloed op kunnen uitoefenen;
•    De overheid als taak heeft te zorgen voor een gezonde leefomgeving;
•    Het daarom van belang is dat ook Enschede specifiek beleid gaat voeren om onze lucht zo gezond mogelijk te maken cq houden;

Draagt het college op:
1.    Metingen naar roet cq fijnstof te organiseren op verschillende (drukke) locaties in de gemeente, in het bijzonder op locaties waar bewoners hun zorgen hebben geuit over luchtkwaliteit (zie bijlage 1), zodat een goed beeld kan worden gevormd van de luchtkwaliteit in onze gemeente;
2.    Onderzoek te doen naar mogelijke beleidskeuzes en maatregelen die de gemeente kan nemen om de luchtkwaliteit te verbeteren;
•    daarbij ervaringen van andere gemeenten die al maatregelen hebben getroffen mee te nemen;
•    zowel de juridische mogelijkheden, (maatschappelijke) effecten en kosten als verwachte effecten op de luchtkwaliteit van de verschillende maatregelen te beschrijven;
•    in dit onderzoek in ieder geval de mogelijke maatregelen zoals genoemd in bijlage 2 te betrekken;
3.    In het najaar de gemeenteraad te informeren over:
•    de eerste uitkomsten van het onder 2. genoemde onderzoek;
•    de wijze en locaties waarop de onder 1. genoemde metingen zullen worden uitgevoerd;
•    de kosten voor het (laten) uitvoeren van deze metingen, voor zover deze niet binnen de reguliere budgetten van LO kunnen worden opgevangen;
4.    Voor de zomernota 2017 met een beleidsvoorstel ‘schone lucht’ te komen, waarin op basis van de metingen en beleidsonderzoek de voor Enschede meest effectieve en wenselijke maatregelen worden voorgenomen;

En gaat over tot de orde van de dag.

Bijlage 1:
Locaties waar bewoners recent zorgen hebben geuit over luchtkwaliteit

A. Kuipersdijk (ivm doorgaand noord-zuid verkeer door de binnenstad);
B. Noordelijke singels (ivm verkeersdrukte);
C. Oldenzaalzestraat in Lonneker (ivm verkeersdrukte);
D. Direkte omgeving A35/N35 (ivm snelwegverkeer);
E. Eekmaat-West (ivm vele hout- en kolenkachels in omgeving) (motiemarkt zomernota 2016);
F. Fietsers die met name bij verkeerslichten en langs drukke wegen last hebben van uitlaatgassen van brommers, scooters en snorfietsen (motiemarkt zomernota 2016);

Bijlage 2:
Mogelijke maatregelen om luchtkwaliteit te verbeteren

A. Het invoeren van één of meerdere autoloze zondagen, bijvoorbeeld tijdens evenementen als de Singelloop, Enschede Marathon en Batavierenrace.
B. In overleg met scholen gezonde fietsroutes naar school aan te wijzen, het halen en brengen van kinderen per fiets te stimuleren, en eventuele zoen/ en zoefstroken op enige afstand van de betreffende school te leggen zodat brengen van kinderen met de auto wordt ontmoedigd;
C. Het weren van niet-elektrische scooters, brom- en snorfietsen uit de binnenstad en van fietspaden;
D. Prioriteit van verdere realisatie van de fietsvisie te leggen bij het realiseren van het zogenaamde ontvlochten netwerk, doorgaande fietsroutes die niet langs de hoofdverkeerswegen liggen;
E. Bij de eerstvolgende aanbesteding voor het lokale OV (of indien mogelijk eerder), alsmede bij de aanbesteding voor aanvullend vervoer, te zorgen dat met de elektrische bussen/voertuigen wordt gereden;
F. Het weren van doorgaand vrachtverkeer uit het stedelijk gebied;
G. Het uitbreiden van binnenstadsdistributie naar wijkcentra, zodat er zo min mogelijk (zwaar) vrachtverkeer in de woonwijken hoeft te zijn;
H. Van het gehele binnensingelgebied een 30km-zone te maken;
I. Het invoeren van een milieuzone in delen van de stad;
J. Doorgaand autoverkeer door de binnenstad te ontmoedigen, door o.a. het tegengaan van de veelgebruikte ‘sluiproute’ Kuipersdijk – Mooienhof – Oldenzaalsestraat;
K. Het invoeren van het “Groningse model” voor bereikbaarheid van het binnensingelgebied: Het opdelen van het binnensingelgebied in verschillende zones, waarbij elke zone vanaf de singel voor autoverkeer bereikbaar is, maar er geen direct autoverkeer tussen de verschillende zones onderling mogelijk is (motiemarkt 2015);
L. Het opnemen van regels in de APV betreffende het gebruik van hout- en kolenkachels, bijvoorbeeld verplichten van rookfilters;